Vroeg in de ochtend rijden we richting Ga-Mampa, de zon komt net op achter de bergen van onze stad. Met twee auto’s rijden we door kloven, gebieden waar mijnbouw actief was en is, en waar grote delen in de natuur ongerept zijn. Het was alsof we Gods Majesteit hierin, zoals Psalm 19:2 zegt, bijna konden voelen. Onderweg naar 2 afgelegen primary scholen (Graad R – 7: Groep 1 t/m klas 1 Voortgezet Onderwijs) om voor het Bybelgenootskap van Suid-Afrika, Bijbels te gaan uitdelen. Deze Bijbelgenootschap is een onderdeel, net als het NBG (Nederlands – Vlaams Bijbelgenootschap) van hetzelfde wereldwijde netwerk: de United Bible Societies (UBS)
De meiden hebben verlof gekregen van school waardoor ze ook de dag mee kunnen beleven.
‘Pap wat is de bedoeling’, ‘Mam is er iets waar we rekening mee moeten houden?’… de vragen blijven komen. ‘Pap vindt u ook niet dat het lijkt alsof we hier in de hemel rondrijden met de auto?’ Na ruim twee uur rijden komen we aan bij het dorpje waar we de eerste school zullen bezoeken. Rijden in deze omgeving is vooral uitkijken voor geiten, koeien en ezels die vrij rondlopen. Woningen van hout gecombineerd met golfplaten en bakstenen staan in de omgeving waar we naar toe koersen: geen winkels, geen voorzieningen, we zien dat er water gehaald wordt uit de nabijgelegen rivier. Zouden hier 10 auto’s per week komen? Wat onvoorstelbaar opvallend is dat elke persoon die we tegenkomen, terwijl we nog in de auto zitten, zijn grootste glimlach laat zien.






Het hek van de poort, om de school wordt opengedaan door de bewaker. Hij zal zeggen dat we er zijn. Handen worden geschud en we worden gevraagd om voor het eerste gebouw te gaan zitten, wachten tot de officiële zaken (papieren invullen, de directrice roepen, kinderen ‘in het gelid krijgen voor het bezoek’) geregeld zijn. Wat ongemakkelijk dralen we rond de aangewezen plek totdat we gezang horen: de kinderen van de hele school (285 kinderen) staan onder een afdak, gerangschikt op groep ons al zingend op te wachten. Overweldigend hun stemmen, die weerklinken in het landschap waarin de armoede groot is. Ds. Henk verteld in het kort, aan de hand van een meegebrachte olie- en zaklamp hét Evangelie. Als we vragen wie er Engels kan, zonder dat de principal (directeur) het moet vertalen gaan er hooguit 5 handen omhoog. Als het lied ‘I’m in the Lord’s Army’ klinkt, marcheren de kinderen, klas voor klas weer naar hun eigen lokaal. We mogen de Sepedi (de meest gesproken taal in Limpopo) Bijbels klas voor klas uitdelen, de laagste groepen krijgen een creatieve vorm aansluitend bij de leeftijd. Voor de middenbouw is er een audio-Bijbel, met zonnepaneel. Als we in graad 5 zijn klinkt er een bel ‘pauze = eten’. Gestommel op de gang en in de graad 5 word beleefd gewacht. We krijgen een seintje dat het tijd is om door te gaan naar de volgende klas en zien buiten kinderen lopen met een kommetje eten wat lijkt op witte bonen in tomatensaus. Vragende gezichten, met aan hun lijf een vastgeklemde gekregen Bijbel beschermd alsof dit hun enige houvast is. ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven…’ schiet door me heen. Een Bijbel vastgeklampt waar families rond de 25-50 personen in hun naaste omgeving mee bediend zullen worden.
Graad 6 en 7 bezoeken we tijdens de pauze, de kinderen komen gewillig terug in hun lokaal om te luisteren naar wat we mogen delen. Als we delen dat Johannes 3:16 de belangrijkste boodschap uit de hele Bijbel is, en de kinderen dat mee lezen, kijk ik links naast me. Een jongen die veel ouder oogt dan zijn klasgenoten lukt het niet om het te vinden, als ik het opzoek knikt hij zonder oogcontact te maken. Later horen we dat sommige kinderen in graad 7 het niet gelukt is om te leren lezen of schrijven. Ook voor het personeel is er een Bijbel. Al snel vraagt één van de onderwijzers me of we ook niet nog andere schoolmaterialen bij ons hebben, want die hebben ze hard nodig. Dat hebben we deze keer niet.
Is het raar om dankbaarheid tot in de grote teen te ervaren bij het besef waar onze wieg heeft gestaan, zonder een keuze daarin te hebben gehad … net als al deze mooie mensen dat ook niet hebben, maar een zo’n ander bestaan hebben?
Als de mannen nog bezig zijn met wat formaliteiten, vermaken Jade, Grace en Gerrinde zich op het schoolterrein tussen alle kinderen. Er blijkt toch een meisje Engels te kunnen, die ons veel verteld over haar gezin en hoe dankbaar ze is voor deze school. Ergens in me ervaar ik rust, doordat we 7 boekjes te weinig hebben voor graad 2: we komen hier terug!



Na zo’n 20 minuten rijden komen we aan bij de volgende school. Op de route ernaartoe stroomt een rivier, die vier maanden geleden een aantal weken flink buiten zijn oevers is getreden, waardoor er een aantal weken geen onderwijs aan de kinderen gegeven kon worden, maar bewoners het dorp ook nauwelijks uit/in konden. Dit schijnt een jaarlijks terugkerend punt te zijn, een brug zou nodig zijn om deze periode letterlijk te overbruggen.
De kinderen van de school rennen op het hek af, om deze zelfstandig open te doen. Als we uit de auto’s stappen drommen de kinderen om ons heen, en zoeken al snel de nabijheid op. De school oogt primitief, mijn onderwijshart steekt. Er blijken 3 leerkrachten te zijn, die de 108 kinderen les geven in 3 lokalen. Hoe is hier zicht op en zorg voor elk kind? Doordat de directeur vergeten was dat we zouden komen, kunnen we wat laagdrempeliger contact maken met de kinderen. Al gauw voel ik een handje aan mijn been, van een klein meisje ‘zou ze 6 jaar zijn?’ die me bij elke stap volgt. Als we komen vertellen wat we komen doen voegen de kinderen zich onder het bordes om te luisteren. Eén jongen staart onophoudelijk naar Jan en wrijft al kijkend naar Jan over zijn eigen hoofd. Als we later vragen wat dit betekend geeft hij aan dat hij het raar vindt dat Jan geen haar meer heeft bovenop. Het geintje blijft zich talloze keren herhalen, de aandacht voor wat de directeur te vertellen heeft en vertaald verslapt. De kinderen krijgen ook hier op leeftijdscategorie een eigen Bijbel variant in het Sepedi. Als iedereen er één heeft gekregen en we nog moeten wachten op een aantal officiële handelingen merken we dat er toch nog wel een aantal kinderen Engels kan, waar eerder niemand de hand op stak bij de vraag ‘Wie kan verstaan wat we vertellen in het Engels?’. Kinderen blijken uit de buurt te komen, en wijzen in de richting van de primitieve hutjes waar we eerder langskwamen. Lopend, elke dag soms wel twee uur voordat ze op school kunnen komen.
Al gauw drommen de kinderen zich om Jade en Grace heen, voelen aan hun haren en willen graag een knuffel of high five. Jade gaat al gauw in overleg met een aantal kinderen om verderop te gaan voetballen, Grace heeft een andere tactiek: ze loopt om de school al marcherend met een stoet aan opgetogen volgelingen. Het meisje wat eerder mijn aandacht zocht staat nog steeds aan mijn been gedrukt…




De tijd is te kort, maar het is tijd om richting huis te gaan om voor het donker weer thuis te zijn. Met een hart vol indrukken, lege dozen en groot schurend vlak van wisselende emoties rijden we terug. ‘Pap doen jullie dit elke donderdag, dan vraag ik elke keer daarvoor vrij!’ Nee, niet elke donderdag maar we hopen dit zeker vaker te mogen doen. Heeft Jezus zelf niet gezegd dat de kinderen bij Hem moesten komen, ze niet verhinderd mochten worden bij Hem te komen want ze ZULLEN het Koninkrijk God beërven. Op hoop van zegen, zaaien voor Hem!

